Nog een paar cijfers. In 2008 hadden zich 533.561 kandidaten ingeschreven voor de Matriek van wie 62,5% is geslaagd. In 2012 waren er 511.152 kandidaten, in 2013 waren het er 562.112. Dramatisch zijn de slaagpercentages voor wiskunde: in 2012 54%, in 2013 wel meer, maar nog slechts 59,1%. Er zijn grote regionale verschillen. De Westkaap (de provincie waarin Kaapstad ligt) telt een slaagpercentage in 2013 van 85,1%, de naburig provincie Oostkaap slechts 64,9%.
Wat mag een student verwachten van de begeleiding bij de masterthesis? Dat is de vraag waarmee een studente op de universiteit te B. worstelde. Zij kreeg een onvoldoende voor haar thesis. Dat was volgens haar te wijten aan inadequate begeleiding en onvoldoende ondersteuning bij het schrijven van de thesis. Zij was het niet eens met de beoordeling en ging in beroep.
Dit artikel beschrijft een methode om de kwaliteit van examens in organisaties te verbeteren op basis van de benadering van valideren volgens Kane. Deze methode biedt een bruikbaar perspectief voor de validering van examens waarmee recht wordt gedaan aan de onderlinge verwevenheid van diverse vormen van validiteit die traditioneel worden onderscheiden.
Drie jaar geleden is SOWISO opgericht als spin-off van de Technische Universiteit Eindhoven. Het bedrijf richt zich op e-learning technologie voor de exacte wetenschappen.
Het toewijzen van een aanpassing van de tentamenvorm en/of tentamentijd is een moeilijke beslissing. Examencommissies vinden het lastig om te bepalen of de student die een alternatief traject volgt of een alternatieve toets maakt, voldoet aan dezelfde eindtermen of competenties als zijn of haar studiegenoten. Een mogelijke oplossing wordt geboden door Universal Design for Learning (UDL).
Met de invoering van de referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen zullen leerlingen uit verschillende onderwijssectoren hetzelfde referentieniveau moeten behalen. Er worden daarom voor elke onderwijssector passende toetsen en examens ontwikkeld. De vraag die dan overblijft is: hoe kan worden geborgd dat met verschillende toetsen en examens toch uitspraken kunnen worden gedaan over hetzelfde referentieniveau?
Henk van Berkel, Anneke Bax, Desirée Joosten-ten Brinke (redactie) (2014). Toetsen in het hoger onderwijs. Derde, geheel herziene druk. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. ISBN 978-90-368-0238-3. € E44,95. Om hun accreditatie te behouden, moeten de opleidingen in het hoger onderwijs tegenwoordig voldoen aan de standaarden van de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO). Zo moeten de opleidingen voor een adequaat toetssysteem zorgen en worden voor de tussentijdse en afsluitende toetsen stevige kwaliteitscriteria gehanteerd. Dit gegeven was voor de redactie van het handboek
De toetsconstructeur Voor de evaluatie van het schoolresultaat ontwerpt de toetsconstructeur een toetsmatrijs. Hij maakt een keuze over de vorm van elke vraag, vult in, het cognitieve niveau per vraag en bedenkt de route van de denkstappen voor de juiste beantwoording van elke vraag. Hij formuleert een gedetailleerd antwoordmodel en construeert vol vuur vraag na vraag. Voldaan kijkt hij, na het klaren van de klus, in de spiegel die op zijn bureau staat. Verrast en enigszins onthutst ontdekt hij in deze spiegel de beeltenis van een open vraag.
Wie zijn kennis en vaardigheden op mbo- en hboniveau gevalideerd wil zien, heeft hiervoor twee mogelijkheden: via een examen bij een onderwijsinstelling of via het non-formele kwalificatietraject dat leidt tot een ervaringscertificaat bij een EVCaanbieder. Het ervaringscertificaat heeft de reputatie van diploma-‘light’.
Examens, tijdschrift voor de Toetspraktijk
Is onderdeel van Uitgeverij Kloosterhof
Napoleonsweg 128A
6086 AJ NEER
ABN AMRO: NL38.ABNA.061.70.45.976
NL05.ABNA.060.57.41.123
KvK: 130.38280
BTW: NL8220.03.612.B01
Copyright © 2022 – Kloosterhof Neer B.V
Met onderstaand formulier kunt u zich aanmelden voor de nieuwsbrief van Examens.